Details
[44] p. : ill.
Besprekingen
De Standaard
Kinderen hebben ook recht op aandacht en begeleiding wanneer ze geconfronteerd worden met een sterfgeval in hun omgeving. Dat zegt de Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen, die daarover een sensibiliseringscampagne lanceert voor ouders en hulpverleners. Zij proberen kinderen vaak af te schermen van de pijn en het verdriet, maar kinderen hebben er juist baat bij dat hun persoonlijke verdriet aandacht krijgt, zegt de Federatie.
De campagne 'Niet te jong voor verlies' moet volwassenen daarvan overtuigen. Kinderboekenschrijfster Sylvia Vanden Heede schreef voor de campagne het boek Een bed bij het raam , over het verdriet van een jongetje bij de dood van zijn moeder.
Wat met pubers? 'Hoe ouder kinderen worden, hoe beter ze alles kunnen begrijpen. Maar ook voor jongeren is het heel belangrijk dat ze betrokken worden en voldoende geïnformeerd zijn', zegt voorzitter Ilse Ruysseveldt van het project "Kinderen en jongeren geconfronteerd met palliatieve zorg".
'Deze week nog vroeg een vader me "Hoe ver kan ik gaan? Mijn kinderen hebben hun moeder zelf een pamper omgedaan". Dat is niet niets voor een puber, maar laat hen vooral vrij. Als deze zoon wil zorgen voor zijn moeder, laat hem dat dan vooral doen. Hij zal het wel duidelijk maken als hij het niet meer wil. De zorg wordt nu te veel "uitbesteed" aan ziekenhuizen en voorzieningen. De dood is niet meer geïntegreerd in het dagelijks leven.'
www.palliatief.be
www.palliatieve-zorg-en-kinderen.be
ig BELGA ■
Leeswelp
Mama heeft een bed voor zichzelf gekregen. Het staat in de woonkamer bij het raam. Dat is omdat ze ziek is, al lange tijd. Stan vindt het allemaal wel spannend, zo'n bed op wieltjes, waar een trapeze bovenhangt. Hij wil het zelf wel graag hebben wanneer mama genezen is. Maar mama wordt niet beter, ze gaat zelfs dood. Morgen misschien al, of zelfs vandaag. En niemand kan daar iets aan doen. Stan bakt samen met vader een verrassingscake. Daar zit een boon in en wie de boon vindt, mag een wens doen. Stan wil de boon zelf vinden, om hem aan mama te geven. Hij heeft toch alleen maar een wens die nooit kan uitkomen... Het verhaal eindigt wanneer de hele familie bij elkaar rond het ziekbed zit. Stan zit alleen en tekent. Het is een vreemd gevoel om zoveel verdriet te hebben en toch ook een beetje blij te zijn.
Een bed bij het raam gaat expliciet in op een aantal aspecten van het ziek zijn. Het is bedoeld als een soort 'ervaringsverhaal' voor kinderen vanaf een jaar of zeven die met een dergelijke situatie geconfronteerd worden. Het vervreemdende en ook beangstigende beeld van de zieke moeder, die bijna altijd slaapt, verzorgd moet worden, niet meer kan eten, een pamper aanmoet, wordt zorgvuldig visueel beschreven; de verwarring van het kind, dat zwalpt tussen onmacht, boosheid, verdriet en levensblijheid staat centraal. Het gaat hier in de eerste plaats om de herkenbaarheid van de situatie, het verhaal geeft weinig aanleiding om tot wezenlijke vragen rond ziekte en dood te komen. Een enkele keer wil het toch wat dieper gaan: "'Waar ga je heen als je dood bent, mama? Ben je dan voor altijd weg?' 'Wel weg, niet voorbij', zegt mama. [...] nee. Ik geloof dat het niet over is als ik sterf.'", maar door de vaagheid van deze ene frase in een voorts erg concreet verhaal, geeft dit verder geen surplus aan het verhaal.
Een boek dat ondersteunend en therapeutisch kan werken, en daarmee heeft het zijn doel ook bereikt, hoewel een wat filosofischer aanpak een bredere bruikbaarheid had toegelaten. De tekeningen van Jan de Kinder in overwegend grijs-blauw en warm geel zijn te vrijblijvend om te overtuigen. Hij illustreert niet meer dan het verhaalverloop en laat heel wat mogelijkheden liggen om sfeer en betekenis te creëren. Stan in zijn wisselende gemoedsstemmingen maakt telkens het onderwerp van de prent uit.
[Jen de Groeve]